IS DIT EEN FIETS…?


H’mmm……”

We zien 't je denken…;
„…Is dat een fiets? ……Zo klein…,
dat rijdt niet fijn…”



't Rijdt als een trein,

en reis je per spoor…, dan mag ie gratis mee,

en da's nog lang niet alles…, Nee…;

Voor je 't weet gebruik je 'm altijd… en overal;

Als winkelwagen in de supermarkt,

voor theater- of café-bezoek…, je neemt 'm mee,

geen dief heeft nog een kans…, je fiets ontspringt de dievendans,

naar carpoolmaat of 't station, op vakantie naar de zon,

woonwerkverkeer…, een lange rit,

waarbij je fluitend op 't zadel zit,

een stukje fietsen dan de bus…, eigenlijk voor alles dus.

Deze fiets past iedereen…;

Ga dus naar de dealer… en probeer er één.

Bevalt 't goed…, dan koop je straks zo‘n fiets,

dan denk je net als wij…; Met zo'n fiets…, echt, dan heb je iets.