Kinderboekenweek 2008
“… Die man op die Brompton is mijn man, de vrouw met kinderwagen de vrouw van de uitgever en…”

Kinderboekenweek 2008
“… Die man op die Brompton is mijn man, de vrouw met kinderwagen de vrouw van de uitgever en…”
1 oktober 2008
Bron: http://www.nrcboeken.nl/interview/met-een-pan-soep-onder-de-snelbinders
Auteur: Marieke van Twillert
Met een pan soep onder de snelbinders
KINDERBOEKENWEEK: Fietsen met Charlotte Dematons
Dinsdag 30 september 2008 door Marieke van Twillert
Afbeeldingen uit Fiets van Charlotte Dematons met links de fietser met de pan soep onder zijn snelbinders Afbeelding Charlotte Dematons
Illustrator Charlotte Dematons maakte voor de Kinderboekenweek het prentenboekje ‘Fiets’. In de stad ziet ze overal kleine verhaaltjes. „Drie tekens voor ‘fiets’ op de weg! Drie!”

Charlotte Dematons
Foto Maurice Boyer
Toen ze werd gevraagd voor de „eervolle opdracht”, schrok ze. Ze was nog nauwelijks bekomen van het succesvolle Sinterklaas (Gouden Penseel 2008). Waar zou dat Kinderboekenweekgeschenk zo gauw over moeten gaan? Ze had geen idee. Tot ze een man voorbij zag fietsen met een pan soep achterop, onder de snelbinders. „Ik herinnerde me mijn fietsenverzameling, op een stoffige plank in mijn hoofd.” Het tekstloze verhaal Fiets gaat over een jongen die op zoek gaat naar zijn gestolen fiets, maar ondertussen komen alle mogelijke manieren waarop Nederlanders hun fiets gebruiken voorbij. De 32 bladzijdes „en geen snipper meer” die het CPNB beschikbaar stelde, was te weinig ruimte voor Dematons. Daarom begint en eindigt de verhaallijn al op de kaft.
Fiets een eindje op met Dematons en zie, tot haar eigen verbazing, de een na de andere fietser met een verhaaltje. Een man met een rol isolatieslang om zijn stuur („Die is naar de Gamma geweest”), een vrouw met drie fikse oranje tassen aan stuur, onderwijl bellend („Wat knap!). Een vrouw die met een hand haar weekendtas achter haar zadel vasthoudt („Kan ik ook niet”).
Dematons moet van haar Britse fiets afstappen bij een hoge brug over een Amsterdamse gracht. „Zie je nou waarom die brug in het boekje zo hoog is?”
De fietser met soeppan is terecht gekomen in het boekje, een stokbrood steekt uit zijn fietstas. „Dat zegt ook wat, over Nederland, zo je eigen eten meenemen.” Dematons zal dit soort dingen zo zien, denkt ze, omdat ze in Frankrijk opgroeide met een Nederlandse moeder en een Franse vader. „Vermoedelijk zal ik altijd met een buitenlandse blik blijven kijken. Een tikje erbuiten.” Op haar negentiende kwam zij naar Nederland, met de Rietveldacademie als doel. „Eerst mocht ik geen fiets, ze vonden mij te gevaarlijk. Na twee maanden kreeg ik er een voor mijn verjaardag, van mijn tante.”
„Zij zijn net heel vroeg naar de supermarkt geweest”, vertelt Dematons bij de afbeelding van een oude dame en heer met piekhaar in een Vinex-straatje. De zakken hondenvoer Woef steken uit de fietstassen. „Want Woef was in de aanbieding. Zij haten weer hun buren, want dat zijn kattenmensen.” In het kleine prentenboekje komen agenten op mountainbikes, twee fietsers met rol kamerbreed tapijt voorbij, een ligfietstandem, de bakfietsenbrigade bij het schoolplein.
Het zegt wat over Nederlanders, met al die fietsen. „Met hun De Waardtent, hun windjack, hun overbeet. En hun fietsen.” Het is geweldig en fantastisch, vindt Charlotte Dematons, de creatieve manier waarop Nederlanders omgaan met fietsen. Maar er is een grens. „Gevaarlijk is het ook. Je ziet soms moeders met twee, drie kinderen op de fiets, plus nog een wiebelende kleuter ernaast. Ik vind dat eng. De Nederlandse samenleving gaat soms wat makkelijk om met haar verantwoordelijkheid voor kinderen. Ik ging pas rijden met mijn dochter toen die een rechte lijn kon houden.”

Dezelfde dochter die nu op een bladzijde in Fiets figureert. „Dat meisje met dat staartje”, wijst Dematons. „En die jongen ernaast is een goede vriend. Die man op die Brompton is mijn man, de vrouw met kinderwagen de vrouw van de uitgever en het baby'tje in de kar is mijn petekind.” De oplettende kijker ziet ook Roodkapje „die komt in al mijn boeken voor, nadat ik eens op een school kinderen ontmoette die dat sprookje niet kenden. Dat kon niet, vond ik.”
Tegen het einde van de fietstocht door het Amsterdamse stadsverkeer landt plotseling een geelblauwe traumahelikopter op de stoep. Een moeder met lang blond wafeltjeshaar op een fiets draait zich om naar het jongetje achterop en wijst.
Charlotte Dematons bekijkt hen. „Ik zie overal kleine verhaaltjes die ik opsla. Zo werkt dat: ik zie dit.”